Hero nieuws

Twee mannen lezen 'Le Charivari', Prent, Honoré Daumier, 1840

Nieuws

19 maart 2023 | Van Den Haag naar Tokio en weer terug, zoektocht naar Kees Roovers

door Corine Wanschers op 19 mrt 2023, 11:34 19 maart 2023 | Van Den Haag naar Tokio en weer terug, zoektocht naar Kees Roovers

Kunstwerken kunnen je op verschillende manieren verrassen. In dit werk van Kees Roovers zijn het allereerst twee woorden in de titel die mij alert maken: ‘Posthoorn’ en ‘boekorgel’.

Bodega De Posthoorn, zoals de naam officieel luidt, is een ruim 70 jaar oud trefpunt in Den Haag voor koffie, een wijntje of een maaltijd. Vanaf het terras kun je voor je uit staren over het Lange Voorhout. De markante, zilverkleurige sculptuur die daar staat van de staatsman Thorbecke, is een werk van Thom Puckey (1948). Jaren na plaatsing levert het beeld nog genoeg stof op voor een debat. Van oudsher wordt De Posthoorn bezocht door kunstenaars, journalisten en politici en ook, nu nog, is er regelmatig livemuziek te horen.

Het boekorgeltje van de schilder Jaap Nanninga

In 1949 begint de toenmalige eigenaar van De Posthoorn met het ophangen van schilderijen in zijn zaak, zoals te zien is in het werk van Kees Roovers. Jakob (Jaap) Nanninga, de centrale figuur in het schilderij, is een van de eerste kunstenaars die er regelmatig verkoopexposities heeft en en passant de aanwezigen vermaakt met de muziek van zijn boekorgeltje.

Boekorgel in cafe De Posthoorn Kees Roovers
Foto: Kees Roovers (1890–1978), Jaap Nanninga met boekorgel in café De Posthoorn te Den Haag

Het boekorgel is een instrument uit vervlogen tijden en verwant aan het draaiorgel, ook voor wat betreft de techniek erachter. Daarbij is ‘boek’ de benaming voor de strook karton met perforaties die ervoor zorgt op het juiste moment het slagwerk en de pijpen van het orgel worden aangestuurd. Het kleine formaat draagt zeker bij aan spontane optredens, zoals in De Posthoorn.

De geportretteerde, Jakob Nanninga (Winschoten 1904–Den Haag 1962), is in alles een markante persoonlijkheid. Hij volgt tussen 1930–1933 een opleiding aan de Vrije Academie in Groningen; is dan al getrouwd en om in het levensonderhoud te voorzien werkt hij als reclameschilder; ook maakt hij uithangborden. Vanaf circa 1936, het huwelijk is inmiddels ontbonden, leidt hij een zwervend bestaan met paard en woonwagen. In 1938 vestigt hij zich in Den Haag en gaat hij les nemen aan de Academie van Beeldende Kunsten. Enkele jaren later, in de winter van 1943–1944, neemt hij zijn intrek op de zolder van het Schildershuis, de voormalige kantine van de Academie, waar ook andere schilders wonen en werken. Het moet een armoedig bestaan zijn geweest, op een onverwarmde en tochtige zolder. Zo af en toe maakt Nanninga een makkelijk schilderijtje, zoals hij het zelf noemt – meestal een bloemstuk –, dat snel verkoopt.

Een portret in Japan

Cornelis Marie (Kees) Roovers (Rotterdam 1890–Den Haag 1978) is werkzaam in een breed aantal disciplines: hij is actief als schilder, tekenaar, kalligraaf, medailleur, lithograaf en beeldhouwer en hij maakt houtsneden. Na zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten vertrekt hij naar Parijs, waar hij in 1921 een expositie heeft bij Galerie Bernheim Jeune. Ook neemt hij deel aan de Salon des Indépendants. In 1922 exposeert hij in België op het Driejaarlijksch Salon in Gent. De messcherpe chroniqueur Karel van de Woestijne noteert op 17 september van dat jaar na een bezoek aan het Salon: “De geboren Hollanders Kees Roovers en Kees van Dongen blijven zichzelf gelijk: Roovers braaf en flink, Van Dongen meer dan ooit ‘fauve’ (…)”. In 1936 vestigt Roovers zich in Den Haag, waar hij de rest van zijn leven woont en werkt.

Kees Roovers de schilder in zijn atelier RKD archief
Foto: Kees Roovers de schilder in zijn atelier - Bron: RKD archief 

Het archief van het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis bevat behalve twee foto’s van Kees Roovers in zijn atelier een afbeelding van een portret van de cellist Joseph Hollman (1852–1931). Roovers maakt dit in Parijs in 1924 in opdracht van het keizerlijk hof van Japan. Het werk is bestemd voor het Nationaal Museum voor Westerse Kunst in Ueno Park in Tokio, het eerste openbare museum voor westerse kunst in Japan. Nota bene de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier tekent voor het ontwerp van het gebouw. Na dit veelbelovende begin hapert mijn zoektocht; veel meer informatie over Roovers of afbeeldingen van zijn werk vind ik niet.

Verboden Haagsche geneugten

Ik ben niet de enige die zoekt: ik ontdek de website rond1900.nl, waaraan drie auteurs bijdragen met artikelen over cultuur rond 1900, in de breedste zin van het woord. In januari 2015 publiceert Sander Bink hier ‘Beardsley in Holland: Nocturne (1917) van Kees Roovers?’. Daarin een verwijzing naar De Sumatra Post van zaterdag 3 februari 1917: Roovers exposeert met affiches en grafische kunst in Kunsthandel De Protector in Rotterdam. Deze kunstzaal is opgericht in 1912 en is na de start aan de Zuidblaak op verschillende locaties in Rotterdam gevestigd, waaronder aan de Witte de Withstraat.

De recensent van De Sumatra Post neemt breedsprakig allerlei aspecten onder de loep van het belang van mooi handels- en reclamedrukwerk en schrijft bij de affiches van Roovers, waaronder een van een weelderige bloementuin: “Er hangen (namelijk) een paar stukjes van een verfijning, die de decadentie zoo niet overschrijdt, dan toch zeker benadert”. De schrijver herinnert zich vervolgens een voordrachtsavond in Den Haag waar Louis Couperus optreedt en stelt dan dat “dit werk van Roovers zoo goed (zou) uitkomen in een residentieel milieu, omdat immers degeneratie en decadentie de meest geliefde bloemen zijn in den hof van verboden Haagsche geneugten.”

Omdat er maar weinig afbeeldingen van werken van Kees Roovers te vinden zijn, is het moeilijk na te gaan waaruit die verfijning en dat decadente precies bestaan. Misschien slaan de woorden op een specifieke (vroege?) periode in het leven van de schilder. Via de website van het Stadsarchief Rotterdam ontdek ik een werk uit Roovers’ vroege jaren in Parijs. Het stelt figuren voor in de piste van een circustent; het lijken geen acrobaten te zijn maar bezoekers die zelf, voor een kort moment, de spotlight van de piste hebben opgeëist. De olieverf uit 1921 is uitgevoerd in bruinrode tinten, aards. In het Stadsarchief zelf wordt een collectie affiches bewaard die te boek staat als ‘Nederlandse Kiosken-Maatschappij. Kees Roovers. Affiches. Calligrafische kunst’. De affiches maken deel uit van een tentoonstelling in De Protector, ditmaal in de periode van 1–15 november 1924. En opnieuw helpt de site van het Stadsarchief verder in de zoektocht naar werken van Kees Roovers: een tweeluik uit 1932 stelt mensen voor die een schilderijententoonstelling bekijken. Trefzeker gedaan in olieverf op marouflé maar geen vroeg werk en niet decadent in weergave of expressie, of je zou het bezoeken van een tentoonstelling een decadente aangelegenheid moeten vinden. Verder kom ik nog een bloemstilleven tegen met rozen, distels en zonnebloemen uit 1942, getiteld ‘Rozen’. Het tweeluik en het bloemstilleven zijn via een online veilingplatform in resp. 2021 en 2019 op de markt gekomen.

Een verboden geneugte wil ik het vlotte schilderij van Roovers met daarop Jaap Nanninga en zijn  boekorgeltje niet noemen. Wel heeft Kees Roovers een treffend tijdsbeeld nagelaten.

Philomeen van ’t Hooft
Venduehuis der Notarissen Den Haag
 

Kees Roovers (1890–1978), Jaap Nanninga met boekorgel in café De Posthoorn te Den Haag, olieverf op board, gesigneerd olieverf op board, gesigneerd
Richtprijs € 200 - € 400
Veiling: Venduehuis Den Haag | Veiling Online Only Classical Paintings & Drawings 2023 | 14 - 28 maart 2023 

 

Terug naar het nieuwsoverzicht
Start nu een online taxatie
of bekijk onze prijzen